De eiwittransitie, voor duurzame balans

7 November, 2019

Eiwitten zijn nodig voor een gezond lichaam, dat is een feit. Inmiddels is het echter ook een feit dat we de manier waarop we ons eten produceren en consumeren, drastisch moeten veranderen. Althans, willen we de groeiende wereldbevolking van voldoende eiwitten blijven voorzien zonder ons milieu verder schade toe te brengen. Precies in dat kader wordt steeds vaker het onderwerp ‘eiwittransitie’ genoemd, ook waar het gaat om onze dienstverlening. Maar wat betekent het nu precies en wat moeten we dan veranderen?

Eiwittransitie: wat het betekent

Eiwitten leveren essentiële bouwstenen voor ons lichaam en zorgen onder andere voor gezonde botten, spieren en zenuwen. Ons lichaam vindt eiwitten in dierlijke bronnen, zoals vlees, vis, zuivel en eieren, maar ook in plantaardige levensmiddelen zoals brood, granen, peulvruchten en noten. Puur gekeken naar de eiwitten is een variatie van zowel dierlijke als plantaardige leveranciers een gezond uitgangspunt.

Met de eiwittransitie wordt een verschuiving bedoeld van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Waar nu de verhouding ligt op 60-70% dierlijk en 30-40% plantaardig, is het streven van onder andere de Nederlandse overheid om die percentages om te draaien.

eiwittransitie - minder dierlijke producten

 

Waarom is zo’n eiwittransitie dan nodig?

Onze voedselproductie en consumptie hebben grote impact op ons milieu. Daarbij kan je denken aan gevolgen als bodemuitputting en het verlies van biodiversiteit en waardevolle voedingsstoffen. Daarnaast is ons eten en drinken verantwoordelijk voor zo’n 30% van de totale CO2 uitstoot. En de helft daarvan komt vanuit de veeteelt.

In de afgelopen jaren zijn we veel meer (dierlijke) eiwitten gaan eten, meer dan we nodig hebben. Dat zorgt voor én een hoge footprint, én zet grote druk op onze natuurlijke bronnen. Willen we de balans herstellen, dan moeten we ons gezamenlijke eetpatroon aanpassen. De eiwittransitie is daar een essentieel onderdeel van.


Vaker plantaardige keuzes

Betekent dat dan dat we helemaal geen vlees meer mogen eten? Nee, maar wel minder vlees. Met bijvoorbeeld een flexitarisch dieet – waarin je één (of meer) dagen per week geen vlees eet – zijn we al een stuk duurzamer bezig. Vervang op die dagen je voormalige vleesmaaltijd voor bv. een vegetarisch gerecht met peulvruchten; die mogen we voor een gezond voedingspatroon sowieso vaker eten. Denk aan lasagne met linzen in plaats van gehakt, of Mexicaanse wraps met bonen.

Wat betreft broodbeleg: ga eens voor zelfgemaakte hummus of notenspread in plaats van vleeswaren of kaas. En als we het daar toch over hebben: Eet niet meer kaas en zuivel te eten dan nodig. Ga uit van maximaal 40 gram kaas en 3 porties (150 ml) zuivel per dag (Voedingscentrum).

Eiwittransitie - meer plantaardig eten


Nog duurzamer eten...

Naast het verminderen van dierlijke eiwitten, zijn er meer manieren om de negatieve impact van je dagelijkse eten en drinken te verminderen. Andere duurzame eetgewoontes zijn bijvoorbeeld:

- Voedselverspilling minimaliseren. Lees voor handig tips verder op onze blog
- Eten met het Nederlandse seizoen. Groenten en fruit zijn in het juiste seizoen veel duurzamer.
- Vers koken en zo veel mogelijk onbewerkt voedsel eten. Dat is overigens ook een stuk gezonder!